Iets meer dan 20 jaar geleden had ik nog nooit een computer gezien. In het dagelijks leven merkte je, dat hier en daar met computers gewerkt werd, want storingen in diensten werden gewoonlijk geweten aan "het uitvallen van de computer." Voor de doorsnee burger was een computer dus iets, dat met argwaan bekeken werd.

Mijn zoon in Amsterdam, die voor zijn werk thuis een computer had wilde hem wel aan ons laten zien. Een klein zwart schermpje met witte letters. Een toetsenbord. Twee gleufjes voorin, waar je zwarte vierkante schijfjes in kon schuiven. Van een muis kan ik mij niets herinneren, maar die zal er wel bij gehoord hebben.

"Ik zal je de digitale stad laten zien" zei mijn zoon. En op het schermpje waren lijnen te zien, als op een plattegrond van een huis. "Dit is een stad, zeg Amsterdam, met een plein, een kroeg, een stadhuis...kijk maar." En hij liet een klein wit pijltje (of zoiets) bewegen dóór die plattegrond! Je kon door straten lopen en een gebouw binnengaan! Eéndimensionaal, zwart/wit.
Maar ter plekke was ik gefascineerd en verkocht. Dit was internet.

Na een poosje kreeg ik zijn afgedankte kleine Schneider 512k Personal Computer.
Nee, nog geen internet. Hij gaf mij floppies met spelletjes en ik leerde muis en keyboard te gebruiken. Zó leuk.
Mijn vriendinnen schilderden, kookten of tuinierden, ik zat dolgelukkig te proberen om een blok in een bepaald gangetje te schuiven.
Ik maakte kennis met Larry Laffer, waarbij wel heel vaak floppies verwisseld moesten worden.

Nog wat later kreeg ik een al veel beter (want met kleur!) afdankertje van mijn dochter.

En in september 1998 kwam de kabel. A2000, de voorloper van UPC.
Ik vlóóg het World Wide Web op

Van de Digitale Stad was ik in het Digitale Leven terechtgekomen.